Karin den Oudsten
Professionele begeleiding in het ouderschap

Mijn kraamtijd


Op Valentijnsdag in 2008, daar begint mijn verhaal
In een limousine door Rotterdam rijden, wat voel ik me speciaal
Op een bijzondere plek stelt mijn vriend de belangrijkste vraag
Gevolgd door een kus en het antwoord 'Ja, heel erg graag'
Een paar weken erna zijn twee blauwe streepjes een feit
De geboorte van een tweede kindje duurt dan een hele tijd
Eerst de babykamer op orde, een kleurrijk geheel
Knuffelbeesten bij elkaar op een plank, wat zijn het er veel
Aan de oudste zoon wordt door de echoscopist verteld
Dat hij een broertje zal krijgen, met een echo vastgesteld
Onze trouwdag volgt, met alles erop en eraan
Met een draaiboek waar alle afspraken in staan
Juli heeft voor ons een prachtige dag om te trouwen
Over vier maanden gaat ons gezin uitbouwen
De zwangerschap is zwaar, maar ik geniet van elke schop
Van stuitligging naar overdwars, het kindje draait alle kanten op
De weeën beginnen heel vroeg in een koude novembernacht
Eerst rustig en beheerst, maar nemen al snel toe in kracht
De pijn opvangen probeer ik met alle energie die ik kan geven
Ergens verlies ik controle over het lichaam en voel me zweven
Een warm hoopje mens wordt op mijn buik neergelegd
Een blik op zijn adamskostuum en zijn naam wordt gezegd
De volgende dag kunnen we naar huis, naar het grote genieten
Van ons gezin, maar ook van de aandacht van de visite
De vijfde dag van de kraamtijd verloopt anders dan gedacht
Het is een begin van de nachtmerrie die niemand verwacht
Alles gaat draaien, het voelt heel vreemd in mijn hoofd
Mijn uitspraak 'Ik ben God' wordt door niemand geloofd
De kinderen moeten uit huis, dichtbij, maar wel weg
Het is een strikt bevel de manier waarop ik het zeg
Een dikke kus, een warme knuffel, een hand op hun schouder
In alle verwarring vergeten, wat ben ik voor ouder?
Een psychiater aan thuis, hij vertelt zijn medisch idee
Het weigeren van pillen, ik ga met de ambulance mee
In de kliniek krijgen we in de nacht het eerste gesprek
Ik vraag me af wat ik er doe, ik ben toch niet gek?
De psychiater stelt simpele vragen, ik weet niet waarom
Ik weet wel hoe ik heet, ik ben toch niet dom?
Laat ik meewerken, des te eerder ben ik weer beter
De verpleegkundige vertrouw ik voor geen meter
Ik wil hem niet in mijn buurt, hij heeft duivelse trekken
En zal hem dus niet in mijn levensverhaal betrekken
De angst is groot dat hij me van het leven gaat beroven
De gedachte aan mijn kinderen komt razendsnel naar boven
Zal ik ze terugzien, hoe kom ik weg uit deze afschuwelijke kliniek?
Er is met mij niets aan de hand, ik voel me niet ziek
Mijn kamer is koud en kil, met alleen een tafel en een bed
Wie heeft daar op de grond mijn weekendtas neergezet?
De hele wereld huilt, is het een hallucinatie of realiteit?
Mensen en spullen verdwijnen, hele stukken tijd raak ik kwijt
Mijn lichaam geeft aan dat ik moet bevallen van een derde kind
Ik laat alles lopen en merk dat ik me in een plas urine bevind
Wat voel ik me ellendig, afgedankt en waardeloos
Dit is niet het gelukkige leven waar ik ooit voor koos
In de activiteitenruimte roep ik hard 'Jullie zijn allemaal gered!'
Met mijn nieuwe identiteit heb ik de juiste toon gezet
Vol overtuiging laat ik mijn woorden door de ruimte stromen
De verpleging geeft op gebiedende toon aan dat ik moet meekomen
Na drie dagen kliniek wordt de PAAZ het volgende terrein
In een afgesloten babykamer ligt mijn kindje, zo kwetsbaar en klein
Daar wordt hij door mij gewassen, geknuffeld en gewogen
Na de fles volgt een flinke boer en zie ik zijn rollende ogen
Verlammende angst zorgt ervoor dat ik niets van hem wil weten
Snel leg hem in zijn bedje, ook hij is dus door de duivel bezeten
Wat blijft er over als ik niemand meer kan vertrouwen
Met niemand durf te delen, geen mensen waarop ik kan bouwen
Ik voel me alleen, door niemand begrepen en wil weg van hier
Naar huis toe, een veilige plek, naar ons gezin van vier
De verpleging laat me niet gaan, dus pak ik een zware stoel
Na mijn vraag 'Door welk raam kan deze?' gebeurt er ineens een heleboel
Er staan legio mensen om me heen, twee grijpen me beet
Ik voel me bekeken, mijn laarzen gaan uit en voordat ik het weet
Gaat de celdeur open en kom op het matras op de grond terecht
Is dit weer zo’n heftige hallucinatie of is het nu echt?
Ik voel me zo eenzaam, amper twee weken na het bevallen
Alsof ik keihard van de maatschappelijke ladder ben gevallen
In die cel begint de weg terug, het keerpunt in mijn leven
Ik maak een website waarmee ik verbinding kan geven
Lotgenoten helpen door met hen problemen te bespreken
Uiteindelijk als ambassadeur om het taboe te doorbreken
Dat is mijn mooiste missie in het leven, daar zal ik voor staan
Dat geeft mij alle kracht om hier mee door te gaan

Geschreven door Karin den Oudsten op 24 december 2014