Karin den Oudsten
Professionele begeleiding in het ouderschap

Nachtelijke onrust


Na een innige kus draai ik me op mijn rechterzij. De ene deken frommel ik tussen mijn benen en drapeer ik langs de voorkant van mijn lichaam. Aan de bovenkant maak ik er een grote prop van, zodat mijn linkerarm er gedeeltelijk op kan rusten. Mijn rechterarm ligt half onder mijn kussen, half onder een klein dekentje dat standaard naast mijn kussen ligt. Nog een andere deken ligt over de rest van mijn lichaam. Mijn man vleit tegen me aan. We liggen lepeltje-lepeltje. Zo zou het moeten lukken. 

Maar dan begint het.

Mijn kussen ligt niet lekker. Ik lig precies met mijn oor op een hard gedeelte. Het zijn waarschijnlijk de doorgestikte naden van een rand van het kussen. Een centimeter met mijn hoofd naar rechts en het probleem zou verholpen moeten zijn. Dat is een illusie. Nu voel ik dezelfde harde rand in mijn wang. Ik draai het kussen een kwartslag en leg mijn hoofd er op. 

Er hangt een stuk deken voor mijn neus. Dat belemmert het in- en uitademen. Voor mijn gevoel heb ik geen frisse lucht tot mijn beschikking. Het benauwt me. Ik trek de deken naar beneden en voel dat mijn adem weer de vrije doorgang heeft. 

Er kriebelen haren voor mijn ogen. Mijn linkerhand haal ik onder de deken vandaan. Ik veeg ze uit mijn gezicht. Nu merk ik dat er in mijn nek ook iets kriebelt. Ik probeer er niet aan te denken. Als ik er niet aan denk, dan val ik vanzelf wel in slaap.

Ik moet er wel aan denken. Het blijft kriebelen.

Met twee handen maak ik het elastiekje uit mijn haar los. Ik verzamel al mijn haar op mijn achterhoofd en zet deze opnieuw vast in een kleine staart. Niet te strak, want dan gaat het zeer doen. Maar ook niet te los, want dan gaan mijn haren opnieuw kriebelen.

De beide armen verdwijnen weer onder dekens. Een paar minuten later voelt mijn rechterarm kouder aan. Met mijn linkerarm voel ik dat het dekentje, wat mijn rechterarm zou moeten bedekken, niet helemaal goed ligt. Ik trek het recht en steek mijn linkerarm weer terug.

Onder mijn oksel knelt het haltervormige t-shirt. Net doen alsof ik het niet voel, is geen optie. Dat heb ik al zo vaak geprobeerd, maar dan blijf ik er aan denken. Met een ruk trek ik deze snel recht. Achter me hoor ik wat gebrom. Mijn man was blijkbaar net half in slaap. Door mijn shirtactie kan ook hij de slaap niet vatten. Nu maar gewoon stil blijven liggen en wachten totdat ik in slaap val. 

Dat gaat niet werken.

Koude voeten. De onderkant van het dekbed ligt los. De koude lucht heeft vrij spel. Uit ervaring weet dat als ik koude voeten heb, ik zeker niet in slaap kom. Met wat geworstel lukt het uiteindelijk om mijn voeten in te wikkelen. Maar dan duurt het wel lang voordat ze de juiste temperatuur hebben. En aangezien er een deken tussen mijn voeten zit, moeten ze het allebei zelf op eigen kracht zien te redden. Mijn voeten direct tegen elkaar aan is geen optie. Dat voelt niet fijn aan. 

Ik hoor de kerkklok in de verte elf slagen maken. Blijkbaar ben ik al een kwartier bezig om in slaap te komen. Even rekenen. Mijn wekker staat om zeven uur, dus nog acht uur om te slapen. Dat is voor mij voldoende, mits ik nu in slaap val.

Binnen een half uur hebben de verschillende problemen zich minstens eenmaal herhaald: kussen gedraaid, kriebelende haren weggeveegd, dekens recht gelegd, knellend shirt rechtgetrokken en voeten opnieuw in dekens gewikkeld. 

Dan komt het moment dat ik begin te twijfelen. Gaat het deze nacht nog wel lukken om in slaap te komen of blijf ik aan het worstelen met mezelf? Die twijfel breng ik vrij snel om zeep. Ik ga op de rand van het bed zitten en trek een broek en een vest aan. Zachtjes sluip ik de slaapkamer uit en schuif ik in mijn pantoffels die in de andere kamer staan.

Het voelt als falen. 

Dit zijn nachten die steeds vaker voorkomen. En ook meestal gebeuren als ik de volgende ochtend een belangrijke afspraak heb. Hoe drukker ik me erover maak dat ik niet slaap, hoe minder snel ik in slaap kom. Het is iets waar ik niets aan kan doen. Blijkbaar ben ik lichamelijk zo gevoelig dat ik er niet door in slaap kan komen. Vaak denkt men dat ik met enorme problemen worstel waar ik 's nachts over lig te piekeren.

Was het maar waar. Dan had ik tenminste nog een reden... 

Geschreven op 8 december 2015 door Karin den Oudsten. Zij is ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma, een organisatie die zich inzet om psychische aandoeningen meer bespreekbaar te maken. Ze geeft trainingen, gastlessen en workshops over psychische aandoeningen binnen de kraamzorg, verloskunde en verpleegkunde.