Karin den Oudsten
Professionele begeleiding in het ouderschap

Psychotische poppenkast


17 november 2008

Die datum staat voor altijd in mijn geheugen gegrifd. En dan niet vanwege een leuke gebeurtenis. Integendeel. Het is de dag, de avond en de nacht dat mijn leven een andere wending krijgt. Maar daar ben ik me dan nog niet van bewust. Van weinig dingen ben ik me bewust. Of nog anders gezegd, mijn bewustzijn verandert. Alsof ik in een andere dimensie beland.

De avond lijkt een normaal verloop te hebben. Na het eten drinken mijn man en ik koffie en is het tijd voor een volgende flesvoeding aan onze pasgeboren zoon. Hij is pas vijf dagen oud. De oudste zoon kijkt televisie. Even later ga ik naar boven om mijn email te lezen. Mijn man zet een klaargemaakte voeding op de rand van het ledikantje en tilt onze jongste uit bed. Mijn gedachten dwalen af naar de dag van vandaag. De kraamverzorgster is geweest en heeft gevraagd of ik nog wat in het kraamboek wil schrijven. Straks maar even doen. De wasmachine is net klaar, dus deze kan leeggehaald worden. En morgen heeft de oudste zoon gym, dus niet vergeten om zijn gymspullen klaar te leggen. Het zijn normale gedachten die iedere kraamvrouw heeft. Niets om zorgen over te maken. 

En toch staat er iets te gebeuren wat zijn weerga niet kent. 

Volledig uit het niets gaan mijn gedachten alle kanten op. Van het huis opruimen tot alle verdiepingen stofzuigen en van knoopjes aanzetten tot de douche schoonmaken. Het ontstaat allemaal tegelijk met een vreemd gevoel in mijn hersenen. Alsof een koude vloeistof zich in de linkerhersenhelft verspreidt. Heel kort, maar net genoeg om me ineens heel erg vreemd te voelen. Dit gevoel heb ik nooit eerder gehad. 

Ik sta op om mezelf te testen. Kan ik mijn armen en benen nog wel bewegen? Dat is het probleem niet. Mijn spraak test ik door een paar woorden hardop te zeggen. Ook dat gaat goed. En toch klopt er iets niet, maar kan niet bedenken wat het zou kunnen zijn. Ik ben niet medisch onderlegd, maar lichamelijk gezien mankeert er eigenlijk niet zoveel. Dus een hersenbloeding of iets dergelijks kan het niet zijn. Maar wat dan wel? Het is een gevoel wat ik het beste kan omschrijven alsof ik met miljoenen mensen in deze wereld verbonden ben via onzichtbare draadjes.

Een almachtig gevoel. 

Om dat gevoel enigszins te onderdrukken, maak ik met mijn rechterarm een draaiende beweging. Ik weet intuïtief dat als ik dat niet doe, mijn mentale toestand dramatisch verslechtert. In die toestand spreek ik mijn man aan en probeer het onder woorden te brengen. Aan een paar korte zinnen als 'Het gaat niet goed met me' en 'Misschien ga ik dood' heeft hij genoeg. Snel wikkelt hij onze baby in een deken en loopt naar beneden. Hij beveelt onze andere zoon om zijn schoenen aan te doen en brengt de kinderen naar de buren. 

De dienstdoende huisarts wordt gebeld.

Mijn toestand verslechtert in razendtempo. Tenminste, dat vindt de huisarts. Ik denk daar namelijk heel anders over. Voor mij voelt het alsof ik nooit geweten heb dát ik God was. Mijn hele leven lang al. Nu pas wordt het duidelijk en begrijp ik ook hoe de hele wereld in elkaar steekt. Het is een hele eer dat ik deze taak heb gekregen. Het is logisch dat de huisarts mij niet goed beoordeelt, want ik versta hem niet. Hij praat een taal die ik niet begrijp. Wel word ik ineens voorzien van een hele handige tool: telepathie. Nu kan ik direct met mijn man communiceren zonder dat daar woorden voor nodig zijn. Ik vraag hem om een glas water en even later staat deze naast me. Mijn telepathische vraag of hij de huisarts de deur uit kan werken, wordt uiteindelijk beantwoord. 

Mijn man en ik samen op de bank geeft een vertrouwd gevoel. Hij slaat een arm om me heen. Voor mijn gevoel is nu alles achter de rug en kunnen we de kinderen bij de buren gaan ophalen. 

Totdat de bel van de voordeur gaat. Dat verandert alles. 

De man, met in zijn kielzog een assistent, stelt zich voor als de psychiater. Meteen vraag ik me af wie hem gebeld heeft. Dat kan er maar één zijn: mijn eigen man. Mijn vertrouwen slaat om in een groot wantrouwen. Hij heeft me belazerd en achter mijn rug om de psychiater gebeld. We hebben twee kinderen, een prachtig koophuis en alles wat ons hartje begeerd en dan doet hij dit. Waarschijnlijk om van me af te komen. Wat een rotstreek. 

Midden in de nacht word ik met een ambulance van ons huis naar de dichtstbijzijnde psychiatrische kliniek gebracht. Daar krijgen mijn man en ik een gesprek. Het heeft mijn aandacht niet, want ik ben met hele andere dingen bezig. Zo zie ik dat de verpleegkundige, die schuin tegenover me zit, ineens duivelse trekken krijgt. Ik ben ontzettend bang voor wat hij mij zou kunnen aandoen. De vragen van de psychiater hoor ik wel, maar hebben geen waarde. Op zijn vraag wat mijn naam is, wil ik eigenlijk 'Barbamamma' zeggen. Toch realiseer ik me dat dat antwoord me niet sneller naar huis zal brengen. 

Laat ik maar meewerken, dan is deze hele poppenkast weer snel voorbij.

Geschreven op 13 oktober 2015 door Karin den Oudsten. 

Karin heeft na haar eerste bevalling depressieve klachten gehad, na de tweede werd ze zwaar psychotisch en moest worden opgenomen in het Erasmus MC. Ze schreef 2 boeken over kraambedpsychose (Na het bidden ga ik dood - 2010; Angst en Onrust - 2011), zette Kraambedpsychose.nl online en werd contactpersoon voor deze moeders. Jaarlijks organiseert ze - samen met lotgenoten - de Contactdag Kraambedpsychose. Om moeders die hetzelfde meegemaakt hebben, te ondersteunen. 

Nu geeft ze met haar praktijk Psychecoach trainingen in de kraamzorg, verloskunde en verpleegkunde. Ze zet zich vrijwillig als ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma in om psychische aandoeningen meer bespreekbaar te maken.

Naast haar ervaringskennis binnen de GGZ heeft ze ook een theoretische kennis, te weten de diploma's HBO Toegepaste Psychiatrie en HBO GGZ Agoog. Daarnaast is ze gediplomeerd docent en heeft ze diploma's op het gebied van Mindfulness, Coaching en Counseling.

Foto (privébezit) - deze is gemaakt anderhalf uur voordat Karin in een kraambedpsychose belandde