Karin den Oudsten
Professionele begeleiding in het ouderschap

Stigma in de supermarkt


Regelmatig zie ik haar lopen in de supermarkt. Van een afstand zie ik haar boodschappen in een winkelwagen doen. Alsof ze het aanvoelt, ontwijkt ze stelselmatig de gangpaden waar ik ook ben. 

Of lijkt dat maar zo?

Vorig jaar had ik haar meerdere keren aangesproken.

Vol enthousiasme had ik haar verteld hoe goed ik mijn leven weer op de rit had. Na een acute zware psychose meegemaakt te hebben in 2008, kon ik haar nu vertellen dat ik inmiddels twee boeken had geschreven, een website voor andere moeders met vergelijkbare klachten had opgezet, een eigen praktijk was gestart en bezig was met een volgende studie. Eigenlijk was ik best trots op mezelf.

En terecht, lijkt me.

Het gesprek voelde niet goed. Ze leek een totaal andere vrouw dan toen ik eerder met haar te maken had. Alsof ze het niet prettig vond dat ik haar persoonlijke leven in was gelopen. Haar afgemeten woorden zonder blijk van enige emotie of compassie kwamen koud binnen. Het werd een beleefdheidspraatje. 

En elke keer als ik haar zie, dan vraag ik me dingen af. 

Vindt ze het misschien niet leuk om te horen dat het nu goed gaat? Of heeft ze vanuit haar eigen achtergrond het idee dat moeders na het meemaken van een psychose niet meer kunnen functioneren? Is ze bang dat ze een volgende psychose triggert door met mij te praten?

Eerlijk gezegd weet ik de antwoorden op deze vragen niet. En zijn dat ook niet echt onderwerpen voor in een supermarkt. Maar het houdt me wel bezig op de momenten dat ik haar weer zie. Stigmatiseer ik mezelf misschien? Of is dit juist wel stigma?

Tijdens de opname in 2008 was ze een hele lieve hulpverlener geweest. Iemand die echt oog had voor de mens achter de aandoening. Ze had me op een hele respectvolle manier benaderd. En geholpen met de dingen die ik niet meer kon, zoals het uitrekenen van de hoeveelheden voor een flesvoeding, de volgorde van het badritueel voor mijn kindje en het bijhouden van gegevens in het logboek. 

Tijdens een kraambedpsychose, waarin ik vijf dagen na de bevalling in belandde, was ik de draad volledig kwijtgeraakt. En juist om die dagelijkse dingen samen te doen, kreeg ik langzaam weer vertrouwen in mezelf. Dat hielp me weer om er sneller bovenop te komen. En om weer mee te kunnen doen in de maatschappij.

Misschien moet ik maar gewoon accepteren dat het voor haar alleen haar werk is. En het feit dat ze nu zo anders reageert niet te maken heeft met mijn meegemaakte psychose. 

Laat ik positief blijven en van het laatste uit gaan...

Dit verslag is geschreven op 2 mei 2016 door Karin den Oudsten
Na haar eerste bevalling kreeg ze depressieve klachten, na de tweede raakte ze acuut zwaar psychotisch en moest worden opgenomen in het Erasmus MC. Na haar opname schreef ze twee boeken over kraambedpsychose (Na het bidden ga ik dood - 2010; Angst en Onrust - 2011). Ze zette de website Kraambedpsychose.nl online en werd contactpersoon voor de moeders met psychotische klachten na een bevalling. Nu geeft ze vanuit haar praktijk Psychecoach trainingen in de kraamzorg, verloskunde en verpleegkunde. Daarnaast zet ze zich vrijwillig in als ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma in om psychische aandoeningen meer bespreekbaar te maken. Naast haar ervaringskennis binnen de GGZ heeft ze ook theoretische kennis, te weten de diploma's HBO Toegepaste Psychiatrie en HBO GGZ Agoog en is bezig met de opleiding HBO Psychosociale Basiskennis. Ze is gediplomeerd docent en heeft diploma's op het gebied van Mindfulness, Coaching en Counseling.