Karin den Oudsten
Professionele begeleiding in het ouderschap

Wantrouwen


Drie maanden eerder had ik aangegeven twee dagen minder te willen werken. Ik had gemerkt dat de werkzaamheden terugliepen en kwam mijn werkgever hierin tegemoet. Mij werd verteld dat dat onmogelijk was in verband met een computersysteem. Omdat alleen mijn leidinggevende en ik hiervan meer kennis hadden, kon ik volgens het management echt niet minder werken. En dan ligt er een ontslagbrief.

Naast de domme uitspraken tijdens het ontslaggesprek, is ook de brief heel onduidelijk. Er staat in dat mijn functie én werkzaamheden komen te vervallen. Een collega zal gaan rapporteren aan mijn leidinggevende, wat eigenlijk hetzelfde is als mijn functie overnemen.

Terugdenkend aan mijn tegemoetkoming om minder te werken, de domme uitspraken en de inhoud van de brief zorgt ervoor dat ik mijn woede en frustratie niet langer meer voor me kan houden. In pure razernij schreeuw ik dat je 'zo niet met mensen kunt omgaan' en dat 'dit een asociale manier van werken' is. De hele afdeling kan het horen, zelfs aan de andere kant van het gebouw. 

Het interesseert me niet, mijn woede moet eruit. Ik voel me in een totale respectloosheid behandeld en als wegwerpartikel gebruikt. Het raakt me hard en het raakt mijn hart.

Van het ene op het andere moment is mijn zekerheid weg. De zekerheid van een vast inkomen, dagelijkse structuur en vriendelijke collega's waar ik op kan vertrouwen. Mijn collega's moeten lijdzaam toezien hoe ik worstel met een onontkoombaar verlies en ze proberen mij daarin te steunen. Ze sturen een kaart naar mijn huisadres, ze vragen regelmatig hoe het met me gaat en houden gepaste emotionele afstand.

Het is voor mij ontzettend moeilijk om mijn mentale gezondheid in balans te houden. De hele situatie geeft mij een gevoel van machteloosheid en eenzaamheid. Maar er iets nog iets anders gaande waar ik mij niet bewust van ben.

Slapen gaat steeds slechter, hooguit een paar uurtjes per nacht. De rest van de nachtelijke uren ben ik aan het nadenken over hoe het nu verder moet. Overdag maken mijn hersenen overuren door na te denken wat ik zeg, tegen wie ik iets zeg en welke gevolgen mijn uitspraken en acties hebben. Het fundament van zekerheid en veiligheid is onder me weggeslagen, het wordt onmogelijk om iemand in vertrouwen te nemen.

Op mijn werk ga ik minutieus te werk. Als rechtgeaarde ICT-er maak ik van alles een backup: emails, bestanden en chatgesprekken met collega's. Het intranet struin ik af op zoek naar informatie die me eventueel zou kunnen helpen. Thuis probeer ik via internet gegevens te achterhalen over personen die betrokken zijn bij mijn ontslag.

Mijn leidinggevende vertrouw ik niet. Pasgeleden is hij met de werkzaamheden voor de ondernemingsraad weer begonnen, nadat hij een paar maanden eerder gestopt was. Iemand in de ondernemingsraad kan niet ontslagen worden. Wist hij toen misschien al meer? Hij geeft aan dat hij ergens mee wil helpen, maar weet niet zo goed wat. Zijn gevoel van onmacht geeft mij een groter gevoel van wantrouwen. Ik besluit om hem 's nachts op te bellen. Ik wil antwoorden van hem die niet tot de volgende morgen kunnen wachten. Voor mij zo logisch als wat, voor hem een grens. Een paar uur later maakt hij me dat op kantoor in een gesprek goed duidelijk.

Mijn man maakt zich zorgen.

Hij kent mijn hele ervaringsverhaal toen ik in 2008 opgenomen werd toen ik acuut in een kraambedpsychose belandde. Want juist het in toenemende mate gevoel van wantrouwen is hét signaal van een op de loer liggende psychose.

En daar ben ik hard naar op weg...

Het is niet de bedoeling om mijn vorige werkgever in een kwaad daglicht te plaatsen. Ik schrijf deze blogs, omdat ik het belangrijk vind om vooroordelen (stigmatisering) over psychische aandoeningen in het bedrijfsleven bespreekbaar te maken.
Geschreven door: Karin den Oudsten op 18 juni 2015